Om met het extract te kunnen werken is extra configuratie nodig.
Een ANVA-medewerker moet een aantal scripts installeren die vervolgens door een taak of cron-job kunnen worden gestart.
Het extract maakt gebruik van een configuratiebestand. Dit bestand wordt door een ANVA-medewerker aangemaakt en ondertekend, zodat het niet tussentijds gewijzigd kan worden.
Het configuratiebestand kent een aantal mogelijke opties:
Iscobolencoding= Hiermee wordt aangegeven welke encoding de CTREE-bestanden gebruiken. Deze is in de meeste gevallen niet nodig omdat de standaardwaarde al goed is.
Locale=nl, Met deze optie kan het decimalpoint scheidingsteken bepaald worden op basis van de instelling op het systeem.
Decimalpoint=. Hiermee geven we aan welk karakter wordt gebruikt voor het decimaal teken.
Fieldseparator=; Hiermee geven we aan welk speciaal teken wordt gebruikt om de velden in het uitvoerbestand te scheiden.
Encoding= Hiermee wordt aangegeven hoe de uitvoerbestanden worden gecodeerd. Dit is in de meeste gevallen niet nodig omdat de standaardwaarde al goed is.
Parsevardeel= Als deze optie is meegegeven wordt het variabele deel van het record door een parser gehaald en worden de labels als velden getoond (00001=00001). Hierbij worden controles uitgevoerd op de geldigheid van een veldwaarde. Labels waar een niet geldige waarde wordt gevonden worden niet in het extract geschreven. Als deze optie wordt weggelaten wordt het variabele deel geschreven zoals het in het bestand staat. Enkel het scheidingsteken, wat tussen de labels zit, wordt vervangen.
Vardeelfieldseparator= De labels in het variabele deel worden in het extract gescheiden door een speciaal teken, standaard is dat het |-teken. Met deze optie kan een ander teken worden gekozen. Als in een labelwaarde dit teken wordt gevonden wordt deze waarde vervangen door een /-teken. De te kiezen tekens zijn die uit de Unicode tabel. Tekens anders dan de standaard op het toetsenbord aanwezige tekens kunnen ook gebruikt worden. Dit geeft echter wel verschillende resultaten, afhankelijk van het gebruikte programma waarmee de CSV’s worden geopend. Het acknowledge teken (U+0006) kan niet gebruikt worden omdat die altijd in het vardeel aanwezig is.
Licentiedatum= 2022-12-31T23:59:59:99 Dit is een datum tot wanneer het propertiesbestand geldig is. Na deze datum kan het extract niet meer worden uitgevoerd.
Datetimestamp= Als deze optie wordt meegegeven krijgen de outputbestanden de datum-tijd van het extractmoment in de bestandsnaam. Deze optie is handig als er meerdere keren per dag een extract wordt uitgevoerd.
Delayinseconds= Hiermee kan een korte pauze worden ingelast zodat het daadwerkelijk starten van de extractie vertraagd wordt om transacties te laten afronden.
Checksum= Als deze optie wordt meegegeven wordt er een extra kolom toegevoegd aan de extract met een checksum van het gedumpte record. Deze checksum is uniek voor de waarde die het record op dat moment heeft. Elke mutatie in het ANVA bronbestand zal in de volgende extract een andere checksum waarde opleveren.
Files= Dit is de lijst met bestanden die worden geëxtraheerd. files=NAWBES, POLBES, FACTUUR
Vervolgens kunnen we per bestand ook aangeven welke velden moeten worden extract. Dit heeft voor- en nadelen. Het beperkt de grootte van de outputbestanden. Het outputbestand blijft stabiel over verschillende releases. Nadeel is dat wijzigingen in kolomnamen niet automatisch zichtbaar worden. Als er nieuwe kolommen nodig zijn in de output of een gebruikte kolomnaam is gewijzigd, zal er een nieuw propertiesbestand moeten worden aangeleverd. Het is daarbij ook mogelijk om labels uit het variabele deel als losse kolommen weer te geven in de output-CSV. Hierbij een voorbeeld.