Afdruklabel. De cijfers die gezamenlijk het betalingskenmerk vormen op basis waarvan de betalingen kunnen worden verwerkt. De indeling is als volgt opgebouwd:
Positie |
Omschrijving |
1 |
Een controlegetal. |
2 |
Geeft het kenmerk aan (waarom deze acceptgiro werd aangemaakt), de codes zijn: |
3 |
Altijd een 0. |
4 – 11 |
Het factuur(verzamel)nummer, eventueel voorafgegaan door nullen. Nadat factuurnummer 99.999.999 is uitgegeven, beginnen de factuurnummers met een of twee letters. Verzamelfacturen beginnen dan met een 'V'. Betalingskenmerken moeten echter altijd numeriek zijn, daarom worden de letters van het factuurnummers automatisch omgezet naar cijfers, in positie 13-16 van het betalingskenmerk. |
12 |
Altijd nul. |
13 – 16 |
Op deze plaats staan bij numerieke factuurnummers vijf nullen afgedrukt. Alfanumerieke factuurnummers (beginnend met een of twee letters) worden als volgt omgezet:
|
of: 9-16 |
Als het om een aanmaning of combinatienota gaat staat hier het relatienummer (voorafgegaan door nullen) in plaats van het factuur(verzamel)nummer: |
Let op Dit label wordt samengesteld bij het opbouwen van het formulier en dus niet opgeslagen.