Vorig onderwerp

Volgend onderwerp

Inhoud

Index

Objectadministratie

Notitie Deze handleiding kan je vanuit ANVA Help afdrukken Afdrukken vanuit Help.

In dit onderdeel

Inleiding Objectadministratie

Objectadministratie inrichten

Werken met Objectadministratie

Inleiding Objectadministratie

Een zorgvuldige objectadministratie is van belang vanwege de eisen die door Solvency II gesteld worden. Doel van Solvency II is een betere risicobeheersing bij verzekeringsmaatschappijen. Hiervoor moeten volmachtkantoren aan de volgende eisen voldoen:

  1. De verzekerde objecten per locatie aanleveren aan maatschappijen.
  2. Zelfstandig bepalen in hoeverre het cumulatief risico op een locatie de tekenlimieten overschrijdt.
  3. Bij het aanmaken van een schade standaardbedragen in de reservering opnemen.

 

In ANVA is hiervoor de volgende functionaliteit beschikbaar:

  

Versiebeheer van objecten en locaties

Om correcte premieberekeningen, polisbladen en gegevensbevragingen via XML (Webview) te verkrijgen, wordt de juiste versie van een object en locatie pas echt aan een polis gekoppeld bij wijziging (definitief maken) van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum. Dit geldt niet alleen voor nieuwe objecten, maar ook bij het wijzigen van bestaande objecten en locaties.

Als u een object of locatie op relatieniveau wijzigt, verschijnt er daarom een waarschuwing dat u de polissen, waarin deze voorkomen, ook moet aanpassen. Als u een object of locatie op polisniveau wijzigt, geldt hetzelfde. Zo wordt bij het opvragen van de polis (via XML), bij het aanmaken van een schade en bij het afdrukken van een polisblad altijd de juiste objectversie gebruikt. U kunt in een historische dekking dus ook geen andere objecten en locaties kiezen.

Let op Als u een object of locatie wijzigt vanuit een polis, wordt deze polis niet gemeld aangezien u daar al in bezig bent.

    

Objectadministratie inrichten

In dit onderdeel

Stappenplan: Objectadministratie inrichten

Objectadministratie activeren

Polisscherm inrichten voor Objectadministratie

Dekkingsscherm inrichten voor Objectadministratie

Formulieren inrichten voor Objectadministratie

Velden instellen voor objecten

Stappenplan: Objectadministratie inrichten

Stap

Toelichting

Pad

1

Switch Objectadministratie activeren.

Zie hoofdstuk: Objectadministratie activeren.

BYSS

2

Polisscherm inrichten: label 10350 Objectregistratie in polis actief plaatsen op het polisscherm, om het gebruik van objecten bij een polis aan te geven.

Zie hoofdstuk: Polisscherm inrichten voor Objectadministratie.

BVPV

3

Dekkingsscherm inrichten: label 10039 Verzekerd bedrag toevoegen aan variabele dekkingsschermen waarin u objecten wilt opvoeren, om gewijzigde verzekerde bedragen ook eenvoudig in een dekking te kunnen gebruiken.

Zie hoofdstuk: Dekkingsscherm inrichten voor Objectadministratie

BVDV

4

Formulieren inrichten: inrichten van bouwstenen bij bodyblokken voor objecten.

Zie hoofdstuk: Formulieren inrichten voor Objectadministratie.

BFVBB

5

Objectbeheer: slechts een klein deel van de objectvelden is verplicht. U kunt zelf instellen welke velden getoond worden en welke verplicht zjjn.

Zie hoofdstuk: Velden instellen voor objecten.

BVO

Optioneel

Postcodetabel via ANVA Hub inrichten.

 

    

Objectadministratie activeren

Notitie Objectadministratie is alleen beschikbaar voor volmachtkantoren.

Om Objectadministratie te activeren moet je contact opnemen met de ANVA Customer Support.

Pad: BYSS

  1. Zet in venster Stuurcodes deel VII de switch Objectadministratie op Ja.

    Let op Bij het activeren van Objectadministratie wordt de oude Objectregistratie (Objectregistratie (oud)) in venster Stuurcodes Deel IV uitgeschakeld.

  2. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.

      

Polisscherm inrichten voor Objectadministratie

Om gebruik te maken van Objectadministratie binnen een polis moet u label 10350 Objectregistratie in polis actief toevoegen aan de variabele schermen waarin u objecten wilt opvoeren.

Voor meer informatie, zie het hoofdstuk 'Label op een variabel scherm plaatsen' in het onderwerp 'Beheer variabele schermen' in de ANVA Help.

Pad: BVPV

  1. Plaats het label op alle variabele polisschermen waarin gebruik van objecten gemaakt moet worden.

    Label 10350 in polisscherm

    

Dekkingsscherm inrichten voor Objectadministratie

Om gewijzigde verzekerde bedragen ook eenvoudig in een dekking te kunnen gebruiken, moet u label 10039 Verzekerd bedrag toevoegen aan de variabele dekkingsschermen waarin u objecten wilt opvoeren.

Voor meer informatie, zie het hoofdstuk 'Label op een variabel scherm plaatsen' in het onderwerp 'Beheer variabele schermen' in de ANVA Help.

Pad: BVDV

  1. Plaats het label op alle variabele dekkingsschermen waarin gebruik van objecten gemaakt moet worden.

    

Formulieren inrichten voor Objectadministratie

Bouwsteen op objectniveau vullen

Notitie Onderstaande is alleen van toepassing als in pad BYSS deel VII de switch Objectadministratie op Ja staat.

Dus: Objectregistratie (oud) in deel IV in pad BYSS staat dan op Nee. Als deze switch op Ja staat, zie hoofdstuk 'Bouwsteen op objectniveau' in het onderwerp Beheer Formulieren in de ANVA Help.

  

Pad: BFVBB

  1. In het venster Formuliersoort selecteert u de formuliersoort waarvoor de bouwsteen moet worden gevuld.
  2. In het venster Bouwsteen op niveau van ... kiest u voor Object en klikt u op Muteren.

  3. In venster Bouwsteen voor soort object kiest u de juiste objectsoort. Als u één bouwsteen wilt vullen voor alle objectsoorten, klikt u op de knop Standaard object onderin het venster.

  4. In het venster Basisgegevens bouwsteen is de omschrijving reeds gevuld door ANVA. Wij raden u aan om deze niet te wijzigen.
  5. Klik op OK en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.
  6. Kies in venster Nieuwe bouwsteen of u een bestaande bouwsteen wilt kopiëren om deze aan te passen. Als u voor Ja kiest, vul dan met de Info de te kopiëren bouwsteen in.
  7. Klik op OK.
  8. Vul de bouwsteen met tekst en labels in het venster Bouwsteen [bouwsteennaam]. Voor meer informatie, zie het hoofdstuk 'Bouwstenen' in het onderwerp Beheer Formulieren in de ANVA Help.
  9. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.

    

Bodyblok voor het afdrukken van objectgegevens (label 98060)

Notitie Voor de overige coderingen van dit label, zie 'Bijlage - Overzicht van bodyblokken' in het onderwerp 'Formulieren inrichten' in de ANVA Help.

Pad BFVF, BFVS

Zie hoofdstuk 'Bodyblok aanmaken in een formulier' in het onderwerp 'Formulieren inrichten' in de ANVA Help.

  

65 Rel, pak, pol, obj, loc, dek

Er zijn zes bodyblokken beschikbaar ten behoeve van het afdrukken van objectgegevens op het polisblad (64 t/m 69, 76, 81 en 82). De naam van het bodyblok geeft de volgorde weer waarin de gegevens worden afgedrukt. In dit geval: relatie, pakket, polis, object, locatie, dekking. Bouwstenen voert u in op niveau van:

1. Relatie,

2. Pakket,

3. Polis,

4. Object,

5. Locatie,

6. Dekking.

    

Velden instellen voor objecten

ANVA geeft aan welke velden beschikbaar zijn bij een object. U kunt zelf bepalen welke getoond moeten worden en welke verplicht zijn. Enkele velden worden altijd getoond en zijn altijd verplicht.

Pad: BVO

  1. Kies een Objectsoort.

  2. Vink in kolom Tonen aan welke velden u in het objectscherm wilt tonen.
  3. Vink in kolom Verplicht aan welke velden verplicht zijn voor de gebruiker om te vullen.
  4. Klik op Opslaan.
  5. Klik op Afsluiten .

    Notitie Het versienummer links onderin dit scherm wordt door ANVA bijgehouden en wijzigt alleen als ANVA iets aanpast in de definitie.

    

Werken met Objectadministratie

In dit onderdeel

Overzicht van aanwezige objecten en locaties

Objecten bij een relatie

Objecten bij een polis

Locaties bij een object

Locaties en objecten bij een dekking

Risico-overzichten voor Objectadministratie

Algemene objectinformatie

Overzicht van aanwezige objecten en locaties

Via de volgende paden kunt u zien welke objecten en locaties reeds aanwezig zijn. Gebruik de schuifbalken om de volledige informatie te zien.

Pad: AN, SN, SBN

    

Objecten bij een relatie

In dit onderdeel

Een object aanmaken bij een relatie

Een object bij een relatie deactiveren

Een object aanmaken bij een relatie

Let op Om correcte premieberekeningen, polisbladen en gegevensbevragingen via XML (Webview) te verkrijgen, wordt de juiste versie van een object en locatie pas echt aan een polisversie gekoppeld bij wijziging (definitief maken) van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum. Dit geldt ook voor wachtsituaties.

Om een object bij een relatie aan te maken:

Pad: AN

  1. Open het relatiescherm.
  2. Kies menu Objecten.

    Scherm Objecten opent met daarin alle reeds aanwezige objecten.

    Notitie Vink Inclusief niet-actieve objecten aan om ook de aanwezige niet-actieve objecten te zien.

    AN_Objecten bij relatie

  3. Klik op Nieuw .

    De Objectadministratiewizard opent.

  4. Selecteer een objectsoort in het veld Wat is de aard van het object.
  5. Indien gewenst: selecteer een locatie uit de lijst.

  6. Klik op Doorgaan.

    Het betreffende objectscherm opent.

  7. Vul minimaal de verplichte velden in. Voor meer informatie over de velden bij elke objectsoort, zie hoofdstuk 'Algemene objectinformatie'.
  8. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.

    Bij het afsluiten verschijnt er een melding dat u nog moet bepalen of de polissen, waarin deze wijziging voorkomt, ook aangepast moeten worden. Alleen bij het definitief maken van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum wordt het gewijzigde object of de gewijzigde locatie er aangekoppeld. Dit is van belang voor bijvoorbeeld juiste premieberekeningen, polisbladen, schades en een juiste historie.

  9. Klik op OK.

    Er verschijnt een melding met daarin de polissen waarin het object/de locatie voorkomt:

    'De volgende polissen zijn gekoppeld aan deze locatie:
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Heeft u deze melding gelezen?'

  10. Klik op Ja.
  11. Pas waar nodig de genoemde polissen aan.

    

Een object bij een relatie deactiveren

Let op Om correcte premieberekeningen, polisbladen en gegevensbevragingen via XML (Webview) te verkrijgen, wordt de juiste versie van een object en locatie pas echt aan een polisversie gekoppeld bij wijziging (definitief maken) van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum. Dit geldt ook voor wachtsituaties.

Het is mogelijk om een object bij een relatie te deactiveren, maar alleen als het niet gekoppeld is aan een polis. Later kan het object opnieuw geactiveerd worden.

Pad: AN

  1. Open het relatiescherm.
  2. Kies menu Objecten.

    Scherm Objecten opent met daarin alle reeds aanwezige objecten.

    Notitie Vink Inclusief niet-actieve objecten aan om ook de aanwezige niet-actieve objecten te zien.

    AN_Objecten bij relatie

  3. Selecteer een object.
  4. In het objectvenster klikt u op Deactiveren . U kunt dit (later) ongedaan maken met Activeren .

    

Objecten bij een polis

In dit onderdeel

Een object aanmaken bij een polis

Een object met dekking aanmaken bij een polis

Een object bij een polis wijzigen

Een object aanmaken bij een polis

Let op Om correcte premieberekeningen, polisbladen en gegevensbevragingen via XML (Webview) te verkrijgen, wordt de juiste versie van een object en locatie pas echt aan een polisversie gekoppeld bij wijziging (definitief maken) van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum. Dit geldt ook voor wachtsituaties.

Om een object bij een polis aan te maken:

Pad: AN

  1. Maak een nieuwe polis aan of open een bestaande polis waar label 10350 aan is toegevoegd (zie het hoofdstuk Polisscherm inrichten).
  2. Zet label 10350 op Ja en bevestig de selectie door buiten het veld te klikken.

    Menu Objecten wordt nu zichtbaar.

  3. Kies menu Objecten.

    Scherm Verzekerde objecten opent met daarin alle reeds aanwezige objecten.

    Notitie Vink Inclusief niet-verzekerde objecten aan om ook de aanwezige niet-verzekerde objecten te zien.

  4. Klik op Nieuw .

    De Objectadministratiewizard opent.

  5. Selecteer een objectsoort in het veld Wat is de aard van het object.
  6. Indien gewenst: selecteer een locatie uit de lijst.

  7. Klik op Doorgaan.

    Het betreffende objectscherm opent.

  8. Vul minimaal de verplichte velden in. Voor meer informatie over de velden bij elke objectsoort, zie hoofdstuk 'Algemene objectinformatie'.
  9. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.

    Bij het afsluiten verschijnt er een melding dat u nog moet bepalen of de polissen, waarin deze wijziging voorkomt, ook aangepast moeten worden. Alleen bij het definitief maken van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum wordt het gewijzigde object of de gewijzigde locatie er aangekoppeld. Dit is van belang voor bijvoorbeeld juiste premieberekeningen, polisbladen, schades en een juiste historie.

  10. Klik op OK.

    Er verschijnt een melding met daarin de polissen waarin het object/de locatie voorkomt:

    'De volgende polissen zijn gekoppeld aan deze locatie:
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Heeft u deze melding gelezen?'

  11. Klik op Ja.
  12. Pas waar nodig de genoemde polissen aan.

    

Een object met dekking aanmaken bij een polis

Let op Om correcte premieberekeningen, polisbladen en gegevensbevragingen via XML (Webview) te verkrijgen, wordt de juiste versie van een object en locatie pas echt aan een polisversie gekoppeld bij wijziging (definitief maken) van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum. Dit geldt ook voor wachtsituaties.

Vanuit een polis kunt u een object met dekking aanmaken:

Pad: AN

  1. Maak een nieuwe polis aan of open een bestaande polis.
  2. Klik op menu Objecten.

    Venster Verzekerde objecten opent. Hierin ziet u per object het aantal verzekerde locaties en dekkingen.

    Notitie Vink Inclusief niet-verzekerde objecten aan om ook de aanwezige niet-verzekerde objecten te zien.

  3. Selecteer een object of maak een nieuw object aan (zie hoofdstuk 'Een object aanmaken bij een polis').
  4. Klik op Koppelen dekking Dekking koppelen.

    Het tabblad Dekkingen van dit object opent.

  5. Selecteer een locatie en klik op Dekking niet aanwezig bij deze locatie of Dekking aanwezig bij locatie om een dekking toe te voegen (sneltoets: [Ctrl-K]).

    Notitie Deze iconen geven aan of er reeds een dekking aanwezig is of niet:
    - Dekking niet aanwezig bij deze locatie Er is nog geen dekking aanwezig op deze locatie.
    - Dekking aanwezig bij locatie Er is reeds een dekking aanwezig.

    Het venster Dekkingen opent.

  6. Klik op Nieuw .
  7. Selecteer met Info de gewenste dekking in het veld Nieuwe dekking.
  8. Vul in het dekkingscherm de gegevens van de dekking in.
  9. Klik op Afsluiten .
  10. U komt weer terug in het scherm waarin u de dekking heeft gekozen. Onderaan ziet u de gegevens van de nieuw ingevoerde dekking.
  11. Klik op Afsluiten . U kunt, indien gewenst, meerdere dekkingen invoeren bij meerdere locaties.

    Bij het afsluiten verschijnt er een melding dat u nog moet bepalen of de polissen, waarin deze wijziging voorkomt, ook aangepast moeten worden. Alleen bij het definitief maken van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum wordt het gewijzigde object of de gewijzigde locatie er aangekoppeld. Dit is van belang voor bijvoorbeeld juiste premieberekeningen, polisbladen, schades en een juiste historie.

  12. Klik op OK.

    Er verschijnt een melding met daarin de polissen waarin het object/de locatie voorkomt:

    'De volgende polissen zijn gekoppeld aan deze locatie:
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Heeft u deze melding gelezen?'

  13. Klik op Ja.
  14. Pas waar nodig de genoemde polissen aan.

    

Een object bij een polis wijzigen

Let op Om correcte premieberekeningen, polisbladen en gegevensbevragingen via XML (Webview) te verkrijgen, wordt de juiste versie van een object en locatie pas echt aan een polisversie gekoppeld bij wijziging (definitief maken) van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum. Dit geldt ook voor wachtsituaties.

Om een object bij een polis te wijzigen:

Pad: AN

  1. Ga naar de polis.
  2. Kies menu Objecten.

    Scherm Verzekerde objecten opent met daarin alle reeds aanwezige objecten.

    Notitie Vink Inclusief niet-verzekerde objecten aan om ook de aanwezige niet-verzekerde objecten te zien.

  3. Klik bij het betreffende object in kolom Object Wijzigen .

    Het objectvenster opent.

  4. Pas de object- en/of locatiegegevens aan.
  5. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.

    Bij het afsluiten verschijnt er een melding dat u nog moet bepalen of de polissen, waarin deze wijziging voorkomt, ook aangepast moeten worden. Alleen bij het definitief maken van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum wordt het gewijzigde object of de gewijzigde locatie er aangekoppeld. Dit is van belang voor bijvoorbeeld juiste premieberekeningen, polisbladen, schades en een juiste historie.

  6. Klik op OK.

    Er verschijnt een melding met daarin de polissen waarin het object/de locatie voorkomt:

    'De volgende polissen zijn gekoppeld aan deze locatie:
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Heeft u deze melding gelezen?'

  7. Klik op Ja.
  8. Pas waar nodig de genoemde polissen aan.

    

Locaties bij een object

In dit onderdeel

Nieuwe locatie toevoegen (vanuit relatie of polis)

Bestaande locatie toevoegen

Locatie ontkoppelen/opnieuw koppelen

Nieuwe locatie toevoegen (vanuit relatie of polis)

Let op Om correcte premieberekeningen, polisbladen en gegevensbevragingen via XML (Webview) te verkrijgen, wordt de juiste versie van een object en locatie pas echt aan een polisversie gekoppeld bij wijziging (definitief maken) van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum. Dit geldt ook voor wachtsituaties.

Een object kan meerdere locaties bevatten. Deze kunt u zowel vanuit de relatie als vanuit de polis toevoegen.

Pad: AN

  1. Open een reeds aangemaakt object via menu Objecten in relatie. Zie voor het aanmaken van een object hoofdstuk 'Een object aanmaken bij een relatie'.
  2. Klik op tabblad Locaties.

    Notitie Vink Inclusief ontkoppelde locaties aan om locaties zichtbaar te maken die al eerder ingevoerd zijn, maar weer losgekoppeld zijn van dit object.

  3. Klik op Nieuw .. Het venster Locatie opent.

  4. Vul minimaal de verplichte velden in. Als u gebruikmaakt van een postcodetabel, worden de straat en woonplaats automatisch gevuld na het invullen van de postcode en het huisnummer.

    Notitie
    - Als het een buitenlands adres betreft, vink dan Adres in het buitenland aan. In het venster veranderen dan de labels, zodat u een buitenlands adres kunt invoeren.
    - Elk buitenlands adres wordt als uniek beschouwd, waardoor onderstaande adrescontrole niet wordt uitgevoerd.

  5. Klik op de knop Controleer adres.

    ANVA controleert of het adres al voorkomt als locatie. Er zijn nu twee mogelijke uitkomsten

 

Locatie is nieuw (het adres komt niet voor in ANVA).

  1. Vul de overige velden in. De adresvelden kunt u niet meer wijzigen.
  2. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.

Bestaande locatie (het adres is al eerder ingevoerd in ANVA als locatie).

  1. Maak een keuze in de Locatie wizard:

    Keuze

    Verdere afhandeling

    Ik wil dit adres gebruiken voor een nieuwe locatie

    Dus: u behandelt een bestaand adres als nieuw adres.

    • Klik op Doorgaan.

      ANVA gebruikt het adres zoals u het heeft ingevoerd, maar het krijgt een nieuw plotnummer. Het venster Locatie opent met daarin de nieuwe locatie.

    Ik wil een bestaande locatie gebruiken

    • Klik op Doorgaan.

      Een overzicht opent met de reeds opgevoerde locaties op hetzelfde adres.

    • Selecteer een locatie en klik op Doorgaan.

      Het venster Locatie opent met daarin de bestaande locatie.

  2. Nu kunt u, indien gewenst, locatiegegevens aanpassen en aanvullen.

    AN_Objectregistratie_venster Locatie

  3. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.

    Bij het afsluiten verschijnt er een melding dat u nog moet bepalen of de polissen, waarin deze wijziging voorkomt, ook aangepast moeten worden. Alleen bij het definitief maken van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum wordt het gewijzigde object of de gewijzigde locatie er aangekoppeld. Dit is van belang voor bijvoorbeeld juiste premieberekeningen, polisbladen, schades en een juiste historie.

  4. Klik op OK.

    Er verschijnt een melding met daarin de polissen waarin het object/de locatie voorkomt:

    'De volgende polissen zijn gekoppeld aan deze locatie:
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Heeft u deze melding gelezen?'

  5. Klik op Ja.
  6. Pas waar nodig de genoemde polissen aan.

    

Bestaande locatie toevoegen

Let op Om correcte premieberekeningen, polisbladen en gegevensbevragingen via XML (Webview) te verkrijgen, wordt de juiste versie van een object en locatie pas echt aan een polisversie gekoppeld bij wijziging (definitief maken) van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum. Dit geldt ook voor wachtsituaties.

Een object kan meerdere locaties bevatten. Deze kunt u zowel vanuit de relatie als vanuit de polis toevoegen.

Pad: AN

  1. Open een reeds aangemaakt object via menu Objecten in relatie. Zie voor het aanmaken van een object hoofdstuk 'Een object aanmaken bij een relatie'.
  2. Klik op tabblad Locaties.

    Notitie Vink Inclusief ontkoppelde locaties aan om locaties zichtbaar te maken die al eerder ingevoerd zijn, maar weer losgekoppeld zijn van dit object.

  3. Klik op de knop Wizard knop wizard. De Objectadministratiewizard opent.

  4. Selecteer een locatie uit de lijst of kopieer een locatie met Kopiëren en selecteer de gekopieerde locatie.
  5. Klik op Doorgaan.

    Tabblad Locaties opent met daarin de gekozen locatie. De locatie is nu toegevoegd aan het object.

  6. Klik op Afsluiten .

    Bij het afsluiten verschijnt er een melding dat u nog moet bepalen of de polissen, waarin deze wijziging voorkomt, ook aangepast moeten worden. Alleen bij het definitief maken van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum wordt het gewijzigde object of de gewijzigde locatie er aangekoppeld. Dit is van belang voor bijvoorbeeld juiste premieberekeningen, polisbladen, schades en een juiste historie.

  7. Klik op OK.

    Er verschijnt een melding met daarin de polissen waarin het object/de locatie voorkomt:

    'De volgende polissen zijn gekoppeld aan deze locatie:
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Heeft u deze melding gelezen?'

  8. Klik op Ja.
  9. Pas waar nodig de genoemde polissen aan.

    

Locatie ontkoppelen/opnieuw koppelen

Let op Om correcte premieberekeningen, polisbladen en gegevensbevragingen via XML (Webview) te verkrijgen, wordt de juiste versie van een object en locatie pas echt aan een polisversie gekoppeld bij wijziging (definitief maken) van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum. Dit geldt ook voor wachtsituaties.

Een object kan meerdere locaties bevatten. Deze kunt u zowel vanuit de relatie als vanuit de polis ontkoppelen.

Pad: AN

  1. Open een reeds aangemaakt object via menu Objecten in de relatie of polis. Zie voor het aanmaken van een object hoofdstuk 'Een object aanmaken bij een relatie'.
  2. Klik op tabblad Locaties.
  3. Verwijder het vinkje in kolom Dekking koppelen.

  

Om een locatie opnieuw te koppelen:

  1. Vink Inclusief ontkoppelde locaties aan om locaties zichtbaar te maken die al eerder ingevoerd zijn, maar weer losgekoppeld zijn van dit object.
  2. Plaats opnieuw een vinkje in kolom Dekking koppelen.

 

Bij het afsluiten verschijnt er een melding dat u nog moet bepalen of de polissen, waarin deze wijziging voorkomt, ook aangepast moeten worden. Alleen bij het definitief maken van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum wordt het gewijzigde object of de gewijzigde locatie er aangekoppeld. Dit is van belang voor bijvoorbeeld juiste premieberekeningen, polisbladen, schades en een juiste historie.

  1. Klik op OK.

    Er verschijnt een melding met daarin de polissen waarin het object/de locatie voorkomt:

    'De volgende polissen zijn gekoppeld aan deze locatie:
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Heeft u deze melding gelezen?'

  2. Klik op Ja.
  3. Pas waar nodig de genoemde polissen aan.

    

Locaties en objecten bij een dekking

In dit onderdeel

Nieuwe locatie/object aan een nieuwe dekking koppelen

Bestaande locatie/object aan een nieuwe dekking koppelen

Nieuwe locatie koppelen aan een bestaande dekking

Nieuw object koppelen aan een bestaande dekking

Andere locatie koppelen aan een bestaande dekking

Ander object koppelen aan een bestaande dekking

Gewijzigd bedrag overnemen in een bestaande dekking

Nieuwe locatie/object aan een nieuwe dekking koppelen

Let op Om correcte premieberekeningen, polisbladen en gegevensbevragingen via XML (Webview) te verkrijgen, wordt de juiste versie van een object en locatie pas echt aan een polisversie gekoppeld bij wijziging (definitief maken) van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum. Dit geldt ook voor wachtsituaties.

Aan een dekking kan direct een nieuwe locatie en object gekoppeld worden.

Pad: AN

  1. Maak een nieuwe polis aan of open een bestaande polis waar label 10350 Objectregistratie in polis actief aan is toegevoegd (zie het hoofdstuk: Polisscherm inrichten voor Objectadministratie).
  2. Zet Objectregistratie in polis actief op Ja.

    Objectadministratie is nu actief in deze polis.

  3. Kies menu Dekkingen.
  4. Klik op Nieuw ..
  5. Kies een dekking uit de lijst. De Locatiewizard opent.

  6. Klik op Nieuw . Het venster Locatie opent.

  7. Vul minimaal de verplichte velden in. Als u gebruikmaakt van een postcodetabel, worden de straat en woonplaats automatisch gevuld na het invullen van de postcode en het huisnummer.

    Notitie
    - Als het een buitenlands adres betreft, vink dan Adres in het buitenland aan. In het venster veranderen dan de labels, zodat u een buitenlands adres kunt invoeren.
    - Elk buitenlands adres wordt als uniek beschouwd, waardoor onderstaande adrescontrole niet wordt uitgevoerd.

  8. Klik op de knop Controleer adres.

    ANVA controleert of het adres al voorkomt als locatie. Is de locatie nieuw is (adres komt niet voor in ANVA), worden de overige velden in het scherm geactiveerd.

    Komt de locatie al voor, dan wordt direct het vervolgscherm met de voor de relatie bekende risico-objecten getoond.

  9. Klik op Nieuw .

    De Objectregistratiewizard wordt getoond.

  10. Selecteer de aard van het object en klik op Doorgaan.

    Bij de gekozen aard wordt het bijbehorende invoerscherm getoond zoals beschreven onder Algemene objectinformatie.

  11. Vul de velden in het het objectscherm.
  12. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.

    Bij het afsluiten verschijnt er een melding dat u nog moet bepalen of de polissen, waarin deze wijziging voorkomt, ook aangepast moeten worden. Alleen bij het definitief maken van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum wordt het gewijzigde object of de gewijzigde locatie er aangekoppeld. Dit is van belang voor bijvoorbeeld juiste premieberekeningen, polisbladen, schades en een juiste historie.

  13. Klik op OK.

    Er verschijnt een melding met daarin de polissen waarin het object/de locatie voorkomt:

    'De volgende polissen zijn gekoppeld aan deze locatie:
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Heeft u deze melding gelezen?'

  14. Klik op Ja.
  15. Pas waar nodig de genoemde polissen aan.

    

Bestaande locatie/object aan een nieuwe dekking koppelen

Let op Om correcte premieberekeningen, polisbladen en gegevensbevragingen via XML (Webview) te verkrijgen, wordt de juiste versie van een object en locatie pas echt aan een polisversie gekoppeld bij wijziging (definitief maken) van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum. Dit geldt ook voor wachtsituaties.

Als u een nieuwe nieuwe dekking opgeeft, kunt u direct een bestaande locatie en object aan deze dekking koppelen.

Pad: AN

  1. Maak een nieuwe polis aan of open een bestaande polis waar label 10350 Objectregistratie in polis actief aan is toegevoegd (zie het hoofdstuk: Polisscherm inrichten voor Objectadministratie).
  2. Zet Objectregistratie in polis actief op Ja als dit nog niet is gebeurd, en bevestig uw selectie door buiten het veld te klikken.

    Objectadministratie is nu actief voorde deze polis.

  3. Kies menu Dekkingen.
  4. Klik op Nieuw .
  5. Kies een dekking uit de lijst.

    Notitie
    Vink Inclusief ontkoppelde locaties aan om locaties zichtbaar te maken die al eerder ingevoerd waren, maar weer losgekoppeld zijn van het object.

    De locatiewizard opent en toont de voor de relatie bekende adressen.

  6. Vink de gewenste locatie aan en klik op Doorgaan.

    De bij de relatie bekende objecten worden getoond. Het object dat op dit moment aan de dekking is gekoppeld, is geselecteerd.

  7. Vink het gewenste risico-object aan en klik op Doorgaan.

    Locatie en risico-object zijn nu gekoppeld aan de nieuwe dekking en worden getoond in het dekking scherm.

    Bij het afsluiten:

    Bij het afsluiten verschijnt er een melding dat u nog moet bepalen of de polissen, waarin deze wijziging voorkomt, ook aangepast moeten worden. Alleen bij het definitief maken van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum wordt het gewijzigde object of de gewijzigde locatie er aangekoppeld. Dit is van belang voor bijvoorbeeld juiste premieberekeningen, polisbladen, schades en een juiste historie.

  8. Klik op OK.

    Er verschijnt een melding met daarin de polissen waarin het object/de locatie voorkomt:

    'De volgende polissen zijn gekoppeld aan deze locatie:
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Heeft u deze melding gelezen?'

  9. Klik op Ja.
  10. Pas waar nodig de genoemde polissen aan.

    

Nieuwe locatie koppelen aan een bestaande dekking

Let op Om correcte premieberekeningen, polisbladen en gegevensbevragingen via XML (Webview) te verkrijgen, wordt de juiste versie van een object en locatie pas echt aan een polisversie gekoppeld bij wijziging (definitief maken) van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum. Dit geldt ook voor wachtsituaties.

Pad: AN

  1. Open een bestaande polis waar label 10350 Objectregistratie in polis actief aan is toegevoegd (zie het hoofdstuk: Polisscherm inrichten voor Objectadministratie).
  2. Kies menu Dekkingen.
  3. Kies een dekking uit de lijst.

    De dekking wordt geopend. In het scherm wordt de gekoppelde locatie getoond

  4. Klik op achter de locatie. Het scherm Selecteer locatie wordt getoond. De op dit moment gekoppelde locatie is geselecteerd.

    Selecteer locatie

  5. Klik op Nieuw . Het venster Locatie opent.

  6. Vul minimaal de verplichte velden in. Als u gebruikmaakt van een postcodetabel, worden de straat en woonplaats automatisch gevuld na het invullen van de postcode en het huisnummer.

    Notitie
    - Als het een buitenlands adres betreft, vink dan Adres in het buitenland aan. In het venster veranderen dan de labels, zodat u een buitenlands adres kunt invoeren.
    - Elk buitenlands adres wordt als uniek beschouwd, waardoor onderstaande adrescontrole niet wordt uitgevoerd.

  7. Klik op de knop Controleer adres.

    ANVA controleert of het adres al voorkomt als locatie. Komt de locatie al voor, dan wordt direct het dekkingscherm getoond. Is de locatie nieuw (adres komt niet voor in ANVA), worden de overige velden in het scherm geactiveerd.

    Bij het afsluiten verschijnt er een melding dat u nog moet bepalen of de polissen, waarin deze wijziging voorkomt, ook aangepast moeten worden. Alleen bij het definitief maken van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum wordt het gewijzigde object of de gewijzigde locatie er aangekoppeld. Dit is van belang voor bijvoorbeeld juiste premieberekeningen, polisbladen, schades en een juiste historie.

  8. Klik op OK.

    Er verschijnt een melding met daarin de polissen waarin het object/de locatie voorkomt:

    'De volgende polissen zijn gekoppeld aan deze locatie:
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Heeft u deze melding gelezen?'

  9. Klik op Ja.
  10. Pas waar nodig de genoemde polissen aan.

    

Nieuw object koppelen aan een bestaande dekking

Let op Om correcte premieberekeningen, polisbladen en gegevensbevragingen via XML (Webview) te verkrijgen, wordt de juiste versie van een object en locatie pas echt aan een polisversie gekoppeld bij wijziging (definitief maken) van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum. Dit geldt ook voor wachtsituaties.

  1. Open een bestaande polis waar label 10350 Objectregistratie in polis actief aan is toegevoegd (zie het hoofdstuk: Polisscherm inrichten voor Objectadministratie).
  2. Kies menu Dekkingen.
  3. Kies een dekking uit de lijst.

    De dekking wordt geopend. In het scherm wordt de gekoppelde locatie getoond

  4. Klik op achter het object.

    De bij de relatie bekende objecten worden getoond. Het object dat op dit moment aan de dekking is gekoppeld, is geselecteerd.

  5. Klik op Nieuw . De objectregistratiewizard wordt getoond.

  6. Selecteer de aard van het object en klik op Doorgaan.

    Bij de gekozen aard wordt het bijbehorende invoerscherm getoond zoals beschreven onder Algemene objectinformatie.

  7. Vul de velden in het het objectscherm.
  8. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.

    Bij het afsluiten verschijnt er een melding dat u nog moet bepalen of de polissen, waarin deze wijziging voorkomt, ook aangepast moeten worden. Alleen bij het definitief maken van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum wordt het gewijzigde object of de gewijzigde locatie er aangekoppeld. Dit is van belang voor bijvoorbeeld juiste premieberekeningen, polisbladen, schades en een juiste historie.

  9. Klik op OK.

    Er verschijnt een melding met daarin de polissen waarin het object/de locatie voorkomt:

    'De volgende polissen zijn gekoppeld aan deze locatie:
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Heeft u deze melding gelezen?'

  10. Klik op Ja.
  11. Pas waar nodig de genoemde polissen aan.

    

Andere locatie koppelen aan een bestaande dekking

Let op Om correcte premieberekeningen, polisbladen en gegevensbevragingen via XML (Webview) te verkrijgen, wordt de juiste versie van een object en locatie pas echt aan een polisversie gekoppeld bij wijziging (definitief maken) van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum. Dit geldt ook voor wachtsituaties.

  1. Open een bestaande polis waar label 10350 Objectregistratie in polis actief aan is toegevoegd (zie het hoofdstuk: Polisscherm inrichten voor Objectadministratie).
  2. Kies menu Dekkingen.
  3. Kies een dekking uit de lijst.

    De dekking wordt geopend. In het scherm wordt de gekoppelde locatie getoond

  4. Klik op achter de locatie. Het scherm Selecteer locatie wordt getoond. De op dit moment gekoppelde locatie is geselecteerd.

    Selecteer locatie

  5. Vink de gewenste locatie aan en druk op Doorgaan. De locatie is gewijzigd voor deze dekking en wordt getoond in het dekkingscherm.

    Bij het afsluiten verschijnt er een melding dat u nog moet bepalen of de polissen, waarin deze wijziging voorkomt, ook aangepast moeten worden. Alleen bij het definitief maken van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum wordt het gewijzigde object of de gewijzigde locatie er aangekoppeld. Dit is van belang voor bijvoorbeeld juiste premieberekeningen, polisbladen, schades en een juiste historie.

  6. Klik op OK.

    Er verschijnt een melding met daarin de polissen waarin het object/de locatie voorkomt:

    'De volgende polissen zijn gekoppeld aan deze locatie:
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Heeft u deze melding gelezen?'

  7. Klik op Ja.
  8. Pas waar nodig de genoemde polissen aan.

    

Ander object koppelen aan een bestaande dekking

Let op Om correcte premieberekeningen, polisbladen en gegevensbevragingen via XML (Webview) te verkrijgen, wordt de juiste versie van een object en locatie pas echt aan een polisversie gekoppeld bij wijziging (definitief maken) van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum. Dit geldt ook voor wachtsituaties.

Het gekoppelde object bij een dekking kan gewijzigd worden via de dekking.

Pad: AN

  1. Open een bestaande polis waar label 10350 Objectregistratie in polis actief aan is toegevoegd (zie het hoofdstuk: Polisscherm inrichten voor Objectadministratie).
  2. Kies menu Dekkingen.
  3. Kies een dekking uit de lijst.

    De dekking wordt geopend. In het scherm wordt de gekoppelde locatie getoond

  4. Klik op achter het object.

    De bij de relatie bekende objecten worden getoond. Het object dat op dit moment aan de dekking is gekoppeld, is geselecteerd.

  5. Vink het gewenste object aan en klik op Doorgaan

    De object is nu gewijzigd voor deze dekking en wordt getoond in het dekkingscherm.

    Bij het afsluiten verschijnt er een melding dat u nog moet bepalen of de polissen, waarin deze wijziging voorkomt, ook aangepast moeten worden. Alleen bij het definitief maken van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum wordt het gewijzigde object of de gewijzigde locatie er aangekoppeld. Dit is van belang voor bijvoorbeeld juiste premieberekeningen, polisbladen, schades en een juiste historie.

  6. Klik op OK.

    Er verschijnt een melding met daarin de polissen waarin het object/de locatie voorkomt:

    'De volgende polissen zijn gekoppeld aan deze locatie:
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Heeft u deze melding gelezen?'

  7. Klik op Ja.
  8. Pas waar nodig de genoemde polissen aan.

    

Gewijzigd bedrag overnemen in een bestaande dekking

Let op Om correcte premieberekeningen, polisbladen en gegevensbevragingen via XML (Webview) te verkrijgen, wordt de juiste versie van een object en locatie pas echt aan een polisversie gekoppeld bij wijziging (definitief maken) van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum. Dit geldt ook voor wachtsituaties.

Als het verzekerde bedrag is gewijzigd van een object, kunt u dat direct overnemen in de dekking. Voorwaarde hiervoor is, dat het object reeds gekoppeld is aan de dekking en dat label 10039 Verzekerd bedrag aanwezig is in het dekkingsscherm (zie: Dekkingsscherm inrichten voor Objectadministratie.)

Pad: AN

  1. Ga naar de dekking waarin u het verzekerde bedrag wilt wijzigen.
  2. Ga naar menu Verz. som uit object.
  3. Klik op het nieuwe bedrag. Het wordt direct overgenomen in veld Verzekerd bedrag. U kunt het bedrag ook handmatig aanpassen.
  4. Sluit de dekking en de polis af.

    Bij het afsluiten verschijnt er een melding dat u nog moet bepalen of de polissen, waarin deze wijziging voorkomt, ook aangepast moeten worden. Alleen bij het definitief maken van een polis of bij prolongatie per hoofdvervaldatum wordt het gewijzigde object of de gewijzigde locatie er aangekoppeld. Dit is van belang voor bijvoorbeeld juiste premieberekeningen, polisbladen, schades en een juiste historie.

  5. Klik op OK.

    Er verschijnt een melding met daarin de polissen waarin het object/de locatie voorkomt:

    'De volgende polissen zijn gekoppeld aan deze locatie:
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Naam Relnr. xxxxxxxx volg xxxxx / xxxxx
    Heeft u deze melding gelezen?'

  6. Klik op Ja.
  7. Pas waar nodig de genoemde polissen aan.

    

Risico-overzichten voor Objectadministratie

In dit onderdeel

Risico per adres (vanuit Management Informatie)

Risico op adres (vanuit object)

Risico per adres (vanuit Management Informatie)

Notitie In het risico-overzicht zoals hier beschreven worden ook polissen meegenomen waarbij nog geen gebruik wordt gemaakt van Objectadministratie. Voorwaarde hiervoor is wel dat het Risicoadres in de labels 10712, 10710 en 10711 gevuld is en dat pad IIRDO is uitgevoerd om de polissen met deze labels toe te voegen aan de zoekindex.

Pad: MVR

  1. Vul een postcode Vanaf en T/m in, in venster Risico per adres.
  2. Vul eventueel een Huisnummer en een Huisnummertoevoeging in.
  3. Om ook wachtpolissen mee te nemen in het overzicht, vink Inclusief wacht aan.
  4. Klik op knop Tonen.

    Een lijst met polissen binnen de postcodeselectie wordt getoond, voor zover een verzekerde som bekend is.

    Dit overzicht bevat de volgende gegevens:

    Kolom

    Omschrijving

    Postcode

    Postcode van het object- of risicoadres.

    Huisnr

    Huisnummer van het object- of risicoadres.

    Toev.

    Huisnummertoevoeging van het object- of risicoadres.

    Plotnr.

    Plotnummer van de locatie (alleen bij locaties bij objecten).

    Mij. polis

    Maatschappij van de polis.

    Mij. verw.

    Verwijzende maatschappij, indien aanwezig

    Verzekerde som

    Verzekerde som van de dekking.

    Objectsoort omschr

    Omschrijving van de objectsoort.

    Object

    Objectomschrijving of polisomschrijving.

    Branche/dekking

    Omschrijving van branche-/dekkingcombinatie.

    Wacht

    Of het een wachtsituatie betreft.

    Relatienr.

    Relatienummer van de polis.

    Volgnr.

    Relatievolgnummer van de polis.

    Sub

    Relatievolgnummer sub.

    Naam

    Relatienaam van de polis.

    Polisnummer

    Polisnummer.

    Hfd.branche

    Hoofdbranchecode van de polis.

    Branche

    Branchecode van de polis.

    Dekking

    Dekkingscode van de polis.

    Prov/Volm

    Of het een volmacht- of provinciale polis betreft.

    Indien gewenst kunt u de lijst exporteren als een .csv bestand voor gebruik buiten ANVA.

  5. Klik op knop Exporteren.
  6. Kies een locatie en bestandsnaam en klik op Save.
Risico op adres (vanuit object)

Pad: AN

  1. Open een bestaand object met een gekoppelde locatie. Zie hoofdstukken: 'Een object aanmaken bij een relatie' en 'Locatie aan een object toevoegen'..
  2. Ga naar tabblad Locaties.
  3. Selecteer een locatie en klik op menu Risico op adres.
  4. Het overzicht Risico per adres opent. Hierin zijn de postcodevelden al gevuld met de postcode van de geselecteerde locatie. Tevens zijn de resultaten van de lijst direct zichtbaar.