Vorig onderwerp

Volgend onderwerp

Inhoud

Index

ANVA Mail 2.0 - Inrichten

Notitie Deze handleiding kan je vanuit ANVA Help afdrukken Afdrukken vanuit Help.

In dit onderdeel

Inleiding inrichting ANVA Mail 2.0

Systeemeisen ANVA Mail 2.0

Authenticatie ANVA Mail 2.0

Activeren van ANVA Mail 2.0

Web-koppeling (Quantum) inrichten voor ANVA Mail 2.0

Automatisch mail ophalen inrichten

DDi-koppelingen inrichten voor ANVA Word

Dossiersegmenten koppelen aan e-mailberichten (optioneel)

ANVA-formulier beschikbaar stellen voor e-mail

ANVA-formulier als PDF-bijlage beschikbaar stellen voor e-mail

ANVA-formuliersoort beschikbaar stellen voor e-mail

Inrichting relatiescherm voor afwijkend e-mailadres

Bulkmail inrichten

Installatieprocedure ANVA Outlook Add-in

Inleiding inrichting ANVA Mail 2.0

Voor een efficiënte communicatie en behandeling van dossiers, is het van belang dat e-mailcommunicatie in het relatie-, contract-, schade-, maatschappij- of agentdossier wordt opgeslagen en beschikbaar is voor alle medewerkers van uw kantoor die zich met het betreffende dossier bezighouden.

Met ANVA Mail 2.0 kunt u:

Eenmaal binnen een dossier aanwezige e-mailberichten kunnen via MS Outlook worden beantwoord. Het antwoord wordt als dossier-item opgeslagen. De opslag van e-mailberichten in ANVA vindt plaats in de Document Store.

Voor ANVA Mail 2.0 zijn de onderstaande handleidingen beschikbaar:

Systeemeisen ANVA Mail 2.0

Voor dit product worden speciale eisen aan uw systeem gesteld. De systeemeisen worden regelmatig aangepast.

Voor de meest recente versie, zie: Systeemeisen ANVA-software .

Authenticatie ANVA Mail 2.0

ANVA Mail 2.0 werkt met 2 authenticatiemethodes:

- BASIC

- OAUTH2

De authenticatiemethode BASIC gebruikt u voor een mailprovider, die geen gebruik maakt van Exchange Online van Microsoft. Dit is de default instelling.

Authenticatiemethode OAUTH2 is verplicht vanaf 1 oktober 2022 voor de kantoren, die gebruik maken van Exchange Online via Microsoft en die in pad BOM bij de Verzendaccounts (of in de Ophaalaccounts) in het veld Naam uitgaande mailserver 'Office365' hebben staan.

BOM_oauth2

  

Authenticatiemethode OAUTH2 inrichten

De authenticatiemethode OAUTH2 moet via de volgende stappen ingericht worden.

  1. Maak rechten aan voor uw Microsoft-account op het Azure-portaal.
  2. Kies in ANVA 4/5 in pad BOM voor het authenticatieprotocol OAUTH2 en vul de 3 velden voor dit protocol in met de gegevens van uw Microsoft-account.
  3. Haal de access token op.
  4. Als u werkt met de Uitgebreide concernmodule en u heeft per kantoor afwijkende verzend- en ophaalaccounts, dan dient u per kantoor het access token op te halen.

 

Inrichting Azure-portaal Microsoft

Voordat u de authenticatiemethode OAUTH2 in ANVA 4/5 kunt inregelen, dient u bij Microsoft Azure in AzureAD een App Registratie uit te voeren.

Elk e-mailadres heeft zijn eigen account nodig om als ophaalaccount en/of verzendaccount ingesteld te kunnen worden.

Voer de volgende acties uit:

  1. Ga naar portal.azure.com.
  2. Login met een account met rechten voor Administrator.

    Azure_zoek_appregistrations

  3. Vul in het zoekveld op App Registrations en open deze service.
  4. Klik op New registration.

    Azure_register_an_application

  5. Vul een naam in bij *Name.
  6. Vink de optie Accounts in this organizational directory only aan.
  7. Kies bij veld Redirect URI voor Web en voer de volgende redirect uri in: http://localhost/anva/quantum/mailbeheer/token
  8. Klik op Register.
  9. Kies links voor Authentication.

    Azure_authentication

  10. Vink ID tokens (used for implicit and hybrid flows) aan.
  11. Klik op Save.
  12. Kies links voor Certificate & secrets.

    Azure_certificates

  13. Klik op de tab Client secrets.
  14. Kies voor New client secret.
  15. Vul onderstaande gegevens in.

    Azure_client_secret

  16. Klik op Add.
  17. Kopieer de waardes bij Value en bij SecretID en plaats deze tijdelijk in een kladblok/notepad of Word-document.

    Kopiëren van de waarde kan via de button naast de waarde:

    Azure_copy_Value

    Notitie de waarde bij Value kan je later niet meer opvragen. Je zal een nieuwe secret aan moeten maken om weer een waarde voor Value te krijgen.

  18. Kies links voor API permissions.
  19. Klik op Add a permission.
  20. Kies Microsoft Graph.
  21. Selecteer Delegated permissions.

    Azure_api_permissions

  22. Type in het zoekveld van Select permissions naar IMAP.AccessAsUser.All en vink deze aan.
  23. Klik op Add permission.
  24. Type in het zoekveld van Select permissions naar offline_access en vink deze aan.
  25. Klik op Add permission.
  26. Type in het zoekveld van Select permissions naar User.Read en vink deze aan.
  27. Klik op Add permission.
  28. Maakt u gebruik van uitgaande mail, voeg dan ook onderstaande permissies toe.
    1. Type in het zoekveld van Select permissions naar openid en vink deze aan.
    2. Klik op Add permission.
    3. Type in het zoekveld van Select permissions naar POP.AccessAsUser.All en vink deze aan.
    4. Klik op Add permission.
    5. Type in het zoekveld van Select permissions naar profile en vink deze aan.
    6. Klik op Add permission.
    7. Type in het zoekveld van Select permissions naar SMTP.Send en vink deze aan.
    8. Klik op Add permission.

    U komt terug in het scherm met Configured permissions en ziet uw permissies staan.
    Azure_configured_permissions

  29. Kies links voor Overview.
  30. Kopieer de Application (client) ID met de kopieerknop achter de waarde. Deze verschijnt als u klikt in de waarde. Plaats de waarde in een kladblok/notepad of Word-document.
  31. Kopieer de Directory (tenant) ID met de kopieerknop achter de waarde. Deze verschijnt als u klikt in de waarde. Plaats de waarde in een kladblok/notepad of Word-document.

De gekopieerde waarden moeten in ANVA 4/5 in pad BOM ingevuld worden. Zie hiervoor Inrichting standaard verzendaccounts ANVA 4/5.

 

Rechten gebruikersaccounts Microsoft

Notitie het is niet mogelijk om een Azure-account aan te maken voor een shared mailbox. U dient per ophaalaccount een aparte account aan te maken.

Bij nieuwe gebruikersaccounts moeten de juiste rechten toegevoegd worden. Bij bestaande gebruikersaccounts controleert u of de juiste rechten aanwezig zijn.

  1. Ga naar admin.microsoft.com.
  2. Kies voor Active users.
  3. Klik op het account (emailadres) van de betreffende gebruiker.
  4. Klik op tabblad Mail.
  5. Klik onder Email apps op Manage email apps.
  6. Vink IMAP en Authentication SMTP aan.
  7. Klik op Save changes.

U kunt met deze rechten op dit account e-mail verzenden en ontvangen vanuit ANVA 4/5.

 

Inrichting standaard verzendaccount ANVA 4/5

Om de authenticatiemethode OAUTH2 te activeren voor ANVA Mail 2.0 voert u onderstaande acties uit.

Pad: BOM

  1. Kies voor Verzendaccounts.

    BOM_wijzigen

  2. Klik op Wijzigen als u al een verzendaccount heeft ingericht. Vul de gegevens van uw eigen mailprovider in.

    BOM_verzendaccounts

    Veld

    Omschrijving

    Authenticatie protocol

    Kies het authenticatie protocol voor de verbinding met de (inkomende/uitgaande) mailserver. BASIC of OAUTH2. Een keuze is verplicht. Op basis van OAuth2 wordt momenteel alleen Exchange Online ondersteund.

    OAuth2 Client ID

     

    Het unieke id die de mailserverprovider geeft aan een toepassingsregistratie (Exchange Online) en de bijbehorende configuraties identificeert. Dit client-ID wordt gebruikt bij het uitvoeren van authenticatieverzoeken. De client-ID is geen geheim.

    OAuth2 Client secret

    Secret (wachtwoord) behorend bij het client ID. Het secret is geheim.

    OAuth2 Tenant ID

     

    ID t.b.v. authenticatie van gebruikersaccounts en geregistreerde applicaties. Tenants worden gemaakt/geassocieerd met het Microsoft 365 abonnement tijdens de aanmelding, waardoor identiteits- en toegangsbeheerfuncties voor het abonnement worden geboden. Beheerders van abonnementen kunnen ook extra tenants maken via het Office 365 portal.

    Voor uitleg alle velden zie Ophaalaccounts inrichten

  3. Kies bij Authenticatie protocol voor OAUTH2.

    Onderstaande waarden haalt u van het Azure-portaal van Microsoft, zie hiervoor Inrichting Azure-portaal Microsoft.

  4. Vul het veld OAuth2 Client ID met de waarde van Application (client) ID.
  5. Vul het veld OAuth2 Client secret met de waarde van Value.
  6. Vul het veld OAuth2 Tenant ID met de waarde van Directory (tenant) ID.
  7. Klik op de knop Verbinding testen.

    Er wordt getest of er verbinding gemaakt kan worden met de mailserver met deze accountgegevens.

  8. Klik op Akkoord.

    De knop OAuth2 authenticatie verschijnt.

  9. Klik op de knop OAuth2 authenticatie om uw accountgegevens te authenticeren bij Microsoft en het access token op te halen.

    Er verschijnt een Microsoft venster.

  10. Klik op het account (e-mailadres).
  11. Geef het wachtwoord in.
  12. Klik op Sign in. Microsoft vraagt of u akkoord gaat met enkele machtigingen.
  13. Kies No om niet ingelogd te blijven.

    Het access token is opgehaald. U ziet een groen vinkje en de expiratiedatum van het token.

    Let op het access token is 90 dagen geldig. Als deze verlopen is kan de mail niet verzonden en/of opgehaald worden. Wij raden aan om een agenda aan te maken om deze op tijd te verlengen. U kunt ruim voor de expiratiedatum al verlengen.

 

Authenticatie Ophaalaccounts

Om het authenticatie protocol OAUTH2 in te regelen voor de ophaalaccounts, volgt u de volgende stappen.

Pad: BOM

  1. Kies voor Ophaalaccounts.
  2. Open een ophaalaccount.

    BOM_ophaalaccounts

    Notitie Voor authenticatie o.b.v. OAuth2 wordt alleen het IMAP protocol ondersteund bij Protocol om te ontvangen.

    Veld

    Omschrijving

    Authenticatie protocol

    Kies het authenticatie protocol voor de verbinding met de (inkomende/uitgaande) mailserver. BASIC of OAUTH2. Een keuze is verplicht. Op basis van OAuth2 wordt momenteel alleen Exchange Online ondersteund.

    OAuth2 Client ID

     

    Het unieke id die de mailserverprovider geeft aan een toepassingsregistratie (Exchange Online) en de bijbehorende configuraties identificeert. Dit client-ID wordt gebruikt bij het uitvoeren van authenticatieverzoeken. De client-ID is geen geheim.

    OAuth2 Client secret

    Secret (wachtwoord) behorend bij het client ID. Het secret is geheim.

    OAuth2 Tenant ID

     

    ID t.b.v. authenticatie van gebruikersaccounts en geregistreerde applicaties. Tenants worden gemaakt/geassocieerd met het Microsoft 365 abonnement tijdens de aanmelding, waardoor identiteits- en toegangsbeheerfuncties voor het abonnement worden geboden. Beheerders van abonnementen kunnen ook extra tenants maken via het Office 365 portal.

    Voor uitleg alle velden zie Ophaalaccounts inrichten

  3. Kies bij Authenticatie protocol voor OAUTH2.

    Onderstaande waarden haalt u van het Azure-portaal van Microsoft, zie hiervoor Inrichting Azure-portaal Microsoft.

  4. Vul het veld OAuth2 Client ID met met de waarde van Application (client) ID.
  5. Vul het veld OAuth2 Client secret met de waarde van Value.
  6. Vul het veld OAuth2 Tenant ID met de waarde van Directory (tenant) ID.
  7. Geef [Enter].

    Voorbeeld met mogelijke situaties:

    BOM_oauth2_ophaalaccounts

    Groen vinkje = het ophaalaccount heeft authenticatie protocol OAUTH2 en heeft een geldig access token. U ziet de expiratiedatum.

    Rood kruis = het ophaalaccount heeft authenticatie protocol OAUTH2, maar heeft geen geldig access token.

    Niets gevuld = het ophaalaccount heeft authenticatie protocol BASIC.

Ophaalaccount met een rood kruis

  1. Klik op de zwarte knop in de kolom Authenticatie.
  2. Klik op het account (e-mailadres).
  3. Geef het wachtwoord in.
  4. Klik op Sign in.
  5. Kies No om niet ingelogd te blijven.

    Het access token is opgehaald. U ziet een groen vinkje achter het ophaalaccount in de kolom Token.

    Let op het access token is 90 dagen geldig. Als deze verlopen is kan de mail niet verzonden en/of opgehaald worden. Wij raden aan om een agenda aan te maken om deze op tijd te verlengen. U kunt ruim voor de expiratiedatum al verlengen.

 

Authenticatie afwijkende accounts per kantoor

Als u werkt met de Uitgebreide concernmodule kunt u per kantoor een authenticatie protocol inregelen bij de verzendaccounts en bij de ophaalaccounts.

Pad: BOM

  1. Kies voor Verzendaccounts.
  2. Ga naar Afwijkende verzendaccounts per kantoor.

    Voorbeeld met mogelijke opties:

    BOM_afwijkend_kantoor

    Groen vinkje = het kantoor heeft authenticatie protocol OAUTH2 en heeft een geldig access token.

    Rood kruis = het kantoor heeft authenticatie protocol OAUTH2, maar heeft geen geldig access token.

    Niets gevuld = het kantoor heeft authenticatie protocol BASIC.

  3. Klik op het kantoor om het scherm Verzendaccounts voor dit kantoor te openen en regel het authenticatie protocol OAUTH2 in, zie Inrichting standaard verzendaccount ANVA 4/5.

Access token ophalen bij rood kruis

  1. Klik op de zwarte knop in de kolom Authenticatie.
  2. Klik op het account (e-mailadres).
  3. Geef het wachtwoord in.
  4. Klik op Sign in.
  5. Kies No om niet ingelogd te blijven.

    Het access token is opgehaald. U ziet een groen vinkje achter het kantoor in de kolom Token.

 

Activeren van ANVA Mail 2.0

In pad BYSS moet ANVA Mail 2.0 eerst geactiveerd worden voordat u hiermee kunt werken. Volg onderstaand stappenplan om de stuurcode ANVA Mail 2.0 op Ja te zetten.

Pad: BYSS

  1. Ga naar het venster Stuurcodes deel VII.
  2. Zet de stuurcode ANVA Mail 2.0 op Ja.
  3. Ga nu naar het venster Stuurcodes deel III.
  4. Zet CC opgeven bij email op Ja. Dan kunt u de e-mail nog aanpassen voordat deze daadwerkelijk verstuurd wordt, en het voorkomt problemen met het indexeren (melding: 'De email is NIET geindexeerd in ANVA maar wel verzonden.')
  5. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.

    Notitie Als u gebruik wilt maken van ANVA Mail 2.0 voor het verzenden van ANVA-formulieren via MS Outlook, dan dient u in pad BYSS, deel V de stuurcode Mail versturen met Anvamail op Nee plaatsen.

Web-koppeling (Quantum) inrichten voor ANVA Mail 2.0

In pad BYSI moet de KIM-koppeling QUANTUM ingericht worden. Volg het onderstaande stappenplan om te controleren of de koppeling actief is en voorzien van de juiste waarden. Indien gewenst is hierbij ondersteuning in te schakelen van ons Serviceteam Technische Ondersteuning.

Pad: BYSI

  1. Ga naar pad BYSI.
  2. Kies de koppeling QUANTUM (code 24).
  3. Controleer of bij Algemene parameters het vakje Koppeling actief aangevinkt is.
  4. Controleer of bij Webservice parameters de juiste waarden ingevuld zijn voor uw omgeving.

    Veld

    Waarde

    WebService IP

    Vul het IP-adres van de ANVA Business Server in.

    WebService poort

    Vul het poortnummer van de ANVA Business Server in.

    Webservice URL

    /anva/quantum

  5. Herstart de Linux- of Windows-services. Pas dan worden wijzigingen actief.

    Let op In onderstaand venster staan fictieve gegevens. Het juiste IP-adres en poortnummer kunt u vinden via pad BYSI bij een koppeling die u al in gebruik heeft.

Voorbeeldscherm Configuratie KIM koppeling Quantum

 

Automatisch mail ophalen inrichten

Via ANVA Mail 2.0 kunt u automatisch mail ophalen. Hiervoor is de volgende inrichting nodig:

Ophaalaccounts inrichten voor ANVA Mail 2.0

Voor het automatisch ophalen van e-mails kun je accounts (mailserver) inrichten. Per account kun je aangeven in welke werklijst de e-mails voor deze account ingestuurd moeten worden.

Notitie als je gebruikmaakt van de authenticatiemethode OAUTH2, ga je voor de inrichting naar Authenticatie Ophaalaccounts

Pad: BOM

  1. Ga naar menu Ophaalaccounts.

    In het venster Ophaalaccounts zie je een overzicht met reeds aanwezige accounts.

    BOM_ophaalaccounts

  2. Klik op Nieuw.
  3. Vul de gevraagde Accountgegevens in. Onderstaand scherm bevat voorbeeldwaarden, vul de waarden in die van toepassing zijn op jouw eigen organisatie.

    Veld

    Omschrijving

    Authenticatie protocol

    Kies het authenticatie protocol voor de verbinding met de (inkomende/uitgaande) mailserver. BASIC of OAUTH2. Een keuze is verplicht. Op basis van OAuth2 wordt momenteel alleen Exchange Online ondersteund.

    Accountnaam

    De accountnaam waarvan je de mail wilt ophalen en toevoegen aan de werklijst.

    E-mailadres

    Het e-mailadres van het account.

    Naam inkomende mailserver

    Naam van de mailserver waarop de betreffende mail binnenkomt.

    Protocol om te ontvangen

    POP3 of IMAP.

    Versleuteling van de verbinding

    Indien gewenst kun je de verbinding versleutelen: SSL of TLS.

    Inkomende serverpoort

    Serverpoort waarop de mail binnenkomt.

    Gebruiker voor de mailserver

    Gebruikersnaam waarmee je inlogt op de mailserver.

    Wachtwoord voor de mailserver

    Indien van toepassing kun je hier het wachtwoord voor de mailserver invullen.

    Account voor SCS Schademelding

    Vink dit veld aan als het account gebruikt voor het ophalen van berichten van SCS Schademelding.

    Account voor Elements scans

    Niet meer in gebruik

    OAuth2 Client ID

     

    Het unieke id die de mailserverprovider geeft aan een toepassingsregistratie (Exchange Online) en de bijbehorende configuraties identificeert. Dit client-ID wordt gebruikt bij het uitvoeren van authenticatieverzoeken. De client-ID is geen geheim.

    OAuth2 Client secret

    Secret (wachtwoord) behorend bij het client ID. Het secret is geheim.

    OAuth2 Tenant ID

    ID t.b.v. authenticatie van gebruikersaccounts en geregistreerde applicaties. Tenants worden gemaakt/geassocieerd met het Microsoft 365 abonnement tijdens de aanmelding, waardoor identiteits- en toegangsbeheerfuncties voor het abonnement worden geboden. Beheerders van abonnementen kunnen ook extra tenants maken via het Office 365 portal.

  4. Vul dan de Werklijstgegevens in. Dit bepaalt in welke werklijst de e-mails komen:

    Veld

    Omschrijving

    Werklijstprioriteit

    Geef de prioriteit aan waarmee de e-mail van de betreffende account in de werklijst moet komen: Laag, Normaal of Hoog.

    Kantoor

    Kies het betreffende kantoor.

    Afdeling

    Kies de afdeling.

    ANVA-Gebruiker

    Kies de gebruiker.

  5. Klik op Akkoord.

Het aangemaakte account wordt getoond in het overzicht. U kunt een ophaalaccount verwijderen door op Pictogram_vuilnisbak te klikken.

Tijdsinterval inrichten om e-mail op te halen

Het is als volgt mogelijk om een tijdsinterval in te richten waarmee ANVA Mail 2.0 automatisch e-mail ophaalt voor de ophaalaccounts die je hebt ingericht. Dit interval is de tijd tussen het einde van de vorige verwerking en het begin van de volgende, zo kan er nooit overlap zijn.

Pad: BOM

  1. Ga naar menu Tijdsinterval.
  2. Vul de gevraagde begin- en stoptijd in, en geef aan met welk interval er e-mail opgehaald moet worden. In onderstaand voorbeeld:

    BOM_tijdsinterval

    De e-mails worden ingestuurd in de ANVA. Afhankelijk van de inrichting vind je ze terug in de werklijst (zie hoofdstuk 'Ophaalaccounts inrichten'.

DDi-koppelingen inrichten voor ANVA Word

Voor DDi bestaan twee koppelingen: één om DDi-documenten te openen en één om ze op te halen (voor bijvoorbeeld verzending via ANVA Mail 2.0 en e-ABS):

Om DDi-documenten te kunnen openen (inzien):

Pad: BOT

  1. Ga naar actiemenu Koppelingen.
  2. Selecteer de ANVA DDi-koppeling.
  3. De volgende waarden worden default gevuld in het kader Koppelingsgegevens.

    Veld

    Waarde

    Executable

    c:\Program Files\DDinformatica\iFile\bin\IfileRet.exe

    Argumenten

    ${bedrijf} ${login} ${archiefitemid}.

    De '${login} ${archiefitemid} mogen niet worden gewijzigd door de gebruiker. U mag alleen het bedrijf wijzigen.

    Werkdirectory

    c:\Program Files\DDinformatica\iFile\bin

  4. Bij de kantoorgegevens moet het kantoor 'beschikbaar' worden gesteld. Dit doet u door in het kader Kantoorgegevens via de knop Wijzigen een vinkje te zetten in de kolom Beschikbaar.

Om DDi-documenten te kunnen ophalen:

Pad: BOT

  1. Ga naar actiemenu Koppelingen.
  2. Selecteer de ANVA DDi Documenten Koppeling.
  3. Klik op Wijzigen om eventueel de gegevens aan te passen. Standaard worden de volgende waarden meegegeven:

Dossiersegmenten koppelen aan e-mailberichten (optioneel)

In pad BYST kunt u aangeven in welk segment e-mailberichten moeten worden geplaatst. Als u geen dossiersegmentatie toepast, is een e-mailbericht dat is gekoppeld aan een ANVA-dossier zichtbaar onder het tabblad 'Niet ingedeeld'. Volg onderstaand stappenplan om een dossiersegment voor e-mailberichten aan te maken.

Pad: BYST

  1. Kies in het venster Onderwerpen voor E-mail.
  2. Kies in het venster Onderwerp/segment/publicatie beheer in het veld Segment het dossiersegment dat u koppelt. Dossiersegmenten worden aangemaakt in pad BLC bij label 98509 Dossiersegment. U kunt bijvoorbeeld een onderscheid maken tussen een segment voor ingekomen e-mail en een segment voor uitgaande e-mail.
  3. Optioneel (niet relevant voor de werking van ANVA Mail 2.0): kies of u de dossier-items in het segment wilt publiceren voor Agenten, Eindklanten en/of Collectiviteiten met de keuzerondjes Publiceren.
  4. Kies bij Gebr. mag muteren voor Ja als ANVA-gebruikers de segmenten mogen muteren.
  5. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.

Zie 'Segmenteren dossier' voor meer informatie.

ANVA-formulier beschikbaar stellen voor e-mail

Met ANVA Mail 2.0 is het mogelijk om een afgeroepen ANVA-formulier te versturen als e-mailbericht. De inhoud van het formulier wordt dan als bodytekst in het e-mailbericht opgenomen. Hiervoor richt u de basisgegevens van het betreffende formulier in.

Let op Het is niet mogelijk om een afgeroepen ANVA-Word-formulier te versturen als e-mailbericht.

 

Pad: BFVF

  1. Open het betreffende formulier.
  2. Ga naar menu Formulier - Basisgegevens.
  3. Zet de optie E-mail op Ja.
  4. Klik op OK en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.

ANVA-formulier als PDF-bijlage beschikbaar stellen voor e-mail

Met ANVA Mail 2.0 is het mogelijk om een afgeroepen ANVA-formulier als PDF-bijlage te versturen via een e-mailbericht. Hiervoor richt u de basisgegevens van het betreffende formulier op de onderstaande wijze in. Aanvullend kunt u voor het e-mailbericht ook een standaard bodytekst bij het betreffende formulier inregelen.

Let op Het is niet mogelijk om een afgeroepen ANVA Word-formulier te versturen als e-mailbericht.

 

Pad: BFVF

  1. Open het betreffende formulier.
  2. Ga naar menu Formulier - Basisgegevens.
  3. Zet de optie E-mail op Ja.
  4. Zet de optie Opslaan als PDF op Ja.
  5. Klik op OK en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.
  6. Ga naar menu Formulier - eMail body teksten.
  7. Vul in het vak Tekstblok de bodytekst voor het e-mailbericht in.

    BFVF_Acties_Email_body_teksten

  8.  Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.

ANVA-formuliersoort beschikbaar stellen voor e-mail

Door het inregelen van de defaultwaarden van een ANVA-formuliersoort, kunt u inregelen dat onderliggende ANVA-formulieren van deze instellingen gebruikmaken. Zo kunt u alle formulieren onder een bepaald formuliersoort beschikbaar stellen voor e-mail, zonder voor ieder formulier afzonderlijk de basisgegevens in te regelen.

Pad: BFVS

  1. Open het betreffende formuliersoort.
  2. Klik op de knop Defaultwaarden.
  3. Plaats de optie E-mail op Ja.
  4. Plaats de optie Opslaan als PDF op Ja als formulieren als PDF-bijlage verstuurd moeten worden per e-mail.
  5. Klik op OK.

 

Als u het formuliersoort zo inricht dat onderliggende formulieren als PDF-bijlage kunnen worden verstuurd per e-mail, dan kunt u optioneel ook een default bodytekst inregelen die in het e-mailbericht wordt overgenomen.

  1. Klik op de knop eMail teksten in het betreffende formuliersoort.
  2. Vul in het vak Tekstblok de bodytekst voor het e-mailbericht in.
  3. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.

 

Volg na het doorvoeren van wijzigingen de onderstaande stappen.

  1. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.
  2. De onderstaande vraag verschijnt.

    BFVS_Afsluiten_Defaultwaarden_doorvoeren_in_basisgegevens_formulieren

    Antwoord Ja als u de mutaties van de defaultwaarden door wilt voeren in de basisgegevens van de onderliggende formulieren.

    Antwoord Nee als u de mutaties van de defaultwaarden niet door wilt voeren in de basisgegevens van de onderliggende formulieren.

  3. De onderstaande vraag verschijnt.

    BFVS_Afsluiten_Formulieren_met_afwijkende_basisgegevens_aanpassen

    Antwoord Ja als u de basisgegevens van formulieren met afwijkende basisgegevens wilt aanpassen.

    Antwoord Nee als u de basisgegevens van formulieren met afwijkende basisgegevens niet wilt aanpassen.

Inrichting relatiescherm voor afwijkend e-mailadres

PDF-bestanden van nota's, verzekeringsbewijzen en polisbladen kunt u naar een afwijkend e-mailadres versturen. Voor een goed overzicht, kunt u hiervan een tabblad toevoegen aan het relatiescherm.

Pad: BVR

Voor meer informatie over de te volgen stappen, zie hoofdstuk 'Label op variabel scherm plaatsen' in de handleiding Beheer Variabele schermen.

Dit tabblad kan onderstaande labels bevatten.

BVR_tab e-mail_2

 

Bulkmail inrichten

Om vanuit ANVA e-mail in bulk te kunnen versturen, dient een verzendaccount (mailserver) ingericht te worden. Indien met meerdere kantoren wordt gewerkt, is het mogelijk om per kantoor een afwijkende verzendaccount in te richten.

Voor bulkmail kan een standaard beantwoord- en of afzenderadres ingericht worden. Indien met meerdere kantoren wordt gewerkt, is het mogelijk om per kantoor een standaard beantwoord- en/of afzenderadres in te richten. Ook is het mogelijk om per afzender een afwijkend beantwoord- en/of afzender adres in te richten.

In dit onderdeel

Inleiding bulkmail

Hoe bepaalt ANVA e-mailadressen voor bulkmail?

Verzendaccounts inrichten (mailserver)

Beantwoordadressen inrichten voor bulkmail

Afzenderadressen inrichten voor bulkmail

Inleiding bulkmail

Met ANVA Mail 2.0 is het mogelijk om e-mail in bulk te versturen via pad DAO of DAP. Het versturen van de e-mailberichten gebeurt op de achtergrond. De verstuurde e-mailberichten zullen in de betreffende dossiers worden geïndexeerd. Opgehaalde mail wordt aan de werklijst toegevoegd.

In deze gebruikersdocumentatie wordt de inrichting van bulkmail in ANVA Mail 2.0 beschreven:

  

Veelgestelde vragen

Kun je de opmaak van bulkmail wijzigen?

Hoe bepaalt ANVA e-mailadressen voor bulkmail?

ANVA doorloopt enkele stappen om het gewenste afzenderadres en/of beantwoordadres te zoeken. Hierbij worden eventuele samengestelde adressen ook meegenomen (uitleg over samengestelde e-mailadressen vindt u in hoofdstuk 'Gebruiker aanmaken'.

Schema mail afzender_2

 

Verzendaccounts inrichten (mailserver)

In dit onderdeel

Standaard verzendaccount inrichten

Afwijkende verzendaccounts inrichten

Standaard verzendaccount inrichten

Notitie als u gebruik maakt van de authenticatiemethode OAUTH2, gaat u voor de inrichting naar Inrichting standaard verzendaccounts ANVA 4/5

Volg onderstaand stappenplan om het standaard verzendaccount in te richten. Dit verzendaccount wordt in de volgende gevallen gebruikt:

Pad: BOM

  1. Ga naar menu Verzendaccounts.
  2. Klik op Wijzigen in het onderdeel Standaard verzendaccount.
  3. Vul de onderstaande velden in.

    BOM_standaard verzendaccounts

    Veld

    Omschrijving

    Authenticatie protocol

    Kies het authenticatie protocol voor de verbinding met de (inkomende/uitgaande) mailserver. BASIC of OAUTH2. Een keuze is verplicht. Op basis van OAuth2 wordt momenteel alleen Exchange Online ondersteund.

    Naam

    Vul een naam in voor het verzendaccount.

    E-mailadres (default afzender)

    Vul het e-mailadres in dat als default afzender voor e-mailberichten gebruikt moet worden.

    De waarde van dit veld wordt in het From-veld van een e-mailbericht gebruikt als in ANVA geen e-mailadres is ingevuld bij:

    • Gebruiker (pad BGG)
    • Afdeling (pad BLC)
    • Kantoor (pad BYKA)
    • Concern (pad BYCN)

    Naam uitgaande mailserver

    Vul de domeinnaam of het IP-adres in van de uitgaande mailserver.

    Uitgaande serverpoort

    Vul de poort in waarop e-mail via de uitgaande mailserver verstuurd kan worden. Poort 25 is de defaultpoort voor SMTP-mailservers.

    Protocol om te verzenden

    In dit veld wordt het protocol getoond dat gebruikt wordt om bulkmail te verzenden. Het defaultprotocol is SMTP. Het is niet mogelijk om een ander protocol te kiezen.

    Versleuteling van de verbinding

    Kies het type versleuteling voor de verbinding met de uitgaande mailserver.

    • GEEN
    • SSL
    • TLS

    Gebruiker voor de mailserver

    Vul de gebruikersnaam in voor het verzendaccount op de uitgaande mailserver.

    Wachtwoord voor de mailserver

    Vul het wachtwoord in voor het verzendaccount op de uitgaande mailserver.

    Verbinding testen

    Klik op deze knop om te testen of er verbinding gemaakt kan worden met de mailserver op basis van de accountgegevens die u in dit scherm ingevuld heeft.

    Test-e-mail versturen

    Klik op deze knop om een test-e-mail te versturen op basis van de accountgegevens die u in dit scherm ingevuld heeft.

    OAuth2 Client ID

     

    Het unieke id die de mailserverprovider geeft aan een toepassingsregistratie (Exchange Online) en de bijbehorende configuraties identificeert. Dit client-ID wordt gebruikt bij het uitvoeren van authenticatieverzoeken. De client-ID is geen geheim.

    OAuth2 Client secret

    Secret (wachtwoord) behorend bij het client ID. Het secret is geheim.

    OAuth2 Tenant ID

     

    ID t.b.v. authenticatie van gebruikersaccounts en geregistreerde applicaties. Tenants worden gemaakt/geassocieerd met het Microsoft 365 abonnement tijdens de aanmelding, waardoor identiteits- en toegangsbeheerfuncties voor het abonnement worden geboden. Beheerders van abonnementen kunnen ook extra tenants maken via het Office 365 portal.

  4. Klik op Akkoord.

 

Afwijkende verzendaccounts inrichten

Volg onderstaand stappenplan om een afwijkend verzendaccount in te richten. Per kantoor kan een afwijkend verzendaccount worden ingericht. Voor het betreffende kantoor zal dit verzendaccount gebruikt worden bij het versturen van bulkmail via pad DAO of DAP.

Pad: BOM

  1. Ga naar menu Verzendaccounts.
  2. Klik op Toevoegen in het onderdeel Afwijkende verzendaccounts per kantoor.

    Of klik in dit onderdeel op de naam van het kantoor om hiervoor het al ingerichte afwijkende verzendaccount te wijzigen.

  3. Vul de onderstaande velden in.

    BOM_afwijkend verzendaccount

    Veld

    Omschrijving

    Authenticatie protocol

    Kies het authenticatie protocol voor de verbinding met de (inkomende/uitgaande) mailserver. BASIC of OAUTH2. Een keuze is verplicht. Op basis van OAuth2 wordt momenteel alleen Exchange Online ondersteund.

    Naam

    Vul een naam in voor het verzendaccount.

    E-mailadres (default afzender)

    Vul het e-mailadres in dat als default afzender voor e-mailberichten gebruikt moet worden.

    De waarde van dit veld wordt in het From-veld van een e-mailbericht gebruikt als in ANVA geen e-mailadres is ingevuld bij:

    • Gebruiker (pad BGG)
    • Afdeling (pad BLC)
    • Kantoor (pad BYKA)
    • Concern (pad BYCN)

    Naam uitgaande mailserver

    Vul de domeinnaam of het IP-adres in van de uitgaande mailserver.

    Uitgaande serverpoort

    Vul de poort in waarop e-mail via de uitgaande mailserver verstuurd kan worden. Poort 25 is de defaultpoort voor SMTP-mailservers.

    Protocol om te verzenden

    In dit veld wordt het protocol getoond dat gebruikt wordt om bulkmail te verzenden. Het defaultprotocol is SMTP. Het is niet mogelijk om een ander protocol te kiezen.

    Versleuteling van de verbinding

    Kies het type versleuteling voor de verbinding met de uitgaande mailserver.

    • GEEN
    • SSL
    • TLS

    Gebruiker voor de mailserver

    Vul de gebruikersnaam in voor het verzendaccount op de uitgaande mailserver.

    Wachtwoord voor de mailserver

    Vul het wachtwoord in voor het verzendaccount op de uitgaande mailserver.

    Verbinding testen

    Klik op deze knop om te testen of er verbinding gemaakt kan worden met de mailserver op basis van de accountgegevens die u in dit scherm ingevuld heeft.

    Test-e-mail versturen

    Klik op deze knop om een test-e-mail te versturen op basis van de accountgegevens die u in dit scherm ingevuld heeft.

    OAuth2 Client ID

     

    Het unieke id die de mailserverprovider geeft aan een toepassingsregistratie (Exchange Online) en de bijbehorende configuraties identificeert. Dit client-ID wordt gebruikt bij het uitvoeren van authenticatieverzoeken. De client-ID is geen geheim.

    OAuth2 Client secret

    Secret (wachtwoord) behorend bij het client ID. Het secret is geheim.

    OAuth2 Tenant ID

     

    ID t.b.v. authenticatie van gebruikersaccounts en geregistreerde applicaties. Tenants worden gemaakt/geassocieerd met het Microsoft 365 abonnement tijdens de aanmelding, waardoor identiteits- en toegangsbeheerfuncties voor het abonnement worden geboden. Beheerders van abonnementen kunnen ook extra tenants maken via het Office 365 portal.

  4. Klik op Akkoord.

 

Beantwoordadressen inrichten voor bulkmail

Voor bulkmail kan een standaard beantwoordadres (Reply-to) ingericht worden. Indien met meerdere kantoren wordt gewerkt, is het mogelijk om per kantoor een standaard beantwoordadres in te richten. Ook is het mogelijk om per afzender een afwijkend beantwoordadres in te richten.

In dit onderdeel

Standaard beantwoordadres inrichten

Afwijkende beantwoordadressen inrichten

Standaard beantwoordadres inrichten

Volg onderstaand stappenplan om het standaard beantwoordadres in te richten. Het standaard beantwoordadres (Reply-to) zal als default worden gebruikt worden bij het versturen van bulkmail via pad DAO of DAP, tenzij een afwijkend beantwoordadres is ingericht.

Pad: BOM

  1. Ga naar menu Beantwoordadressen.
  2. Klik op Wijzigen in het onderdeel Standaard beantwoordadres.
  3. Vul de onderstaande velden in.

    BOM_standaard beantwoordadres

    Veld

    Omschrijving

    Default (concernniveau)

    Indien gewenst: vul het default beantwoordadres in.

    <Kantoornaam>

    Indien gewenst: als u gebruikmaakt van de concernmodule, dan kunt u voor ieder kantoor een afwijkend beantwoordadres opgeven.

    Als voor een kantoor geen afwijkend beantwoordadres wordt opgegeven, dan wordt het 'Default' beantwoordadres gebruikt.

  4. Klik op Akkoord.
Afwijkende beantwoordadressen inrichten

Volg onderstaand stappenplan om een afwijkend beantwoordadres in te richten bij een specifieke afzender. Voor het betreffende e-mailadres van de afzender zal het afwijkende beantwoordadres (Reply-to) worden gebruikt bij het versturen van bulkmail via pad DAO of DAP.

Pad: BOM

  1. Ga naar menu Beantwoordadressen.
  2. Klik op Toevoegen in het onderdeel Afwijkende beantwoordadressen per afzender.

    Of klik in dit onderdeel op het e-mailadres van de afzender om hiervoor de al ingerichte afwijkende beantwoordadressen te wijzigen.

  3. Vul de onderstaande velden in.

    BOM_afwijkend beantwoordadres

    Veld

    Omschrijving

    E-mailadres afzender

    Vul het e-mailadres van de afzender in.

    Het e-mailadres van de afzender wordt op de volgende wijze bepaald vanuit ANVA:

    • Gebruiker (pad BGG)
    • Afdeling (pad BLC)
    • Kantoor (pad BYKA)
    • Concern (pad BYCN)
    • Default afzender (pad BOM, verzendaccount)

    Default (concernniveau)

    Indien gewenst: vul voor dit specifieke e-mailadres van de afzender het afwijkende beantwoordadres (Reply-to) in.

    <Kantoornaam>

    Indien gewenst: als u gebruikmaakt van de concernmodule, dan kunt u voor dit specifeke e-mailadres van de afzender voor het betreffende kantoor een afwijkend beantwoordadres opgeven.

  4. Klik op Akkoord.

 

Afzenderadressen inrichten voor bulkmail

Voor bulkmail kan een standaard afzenderadres (From) ingericht worden. Indien met meerdere kantoren wordt gewerkt, is het mogelijk om per kantoor een standaard afzenderadres in te richten. Ook is het mogelijk om per afzender een afwijkend afzenderadres in te richten.

In dit onderdeel

Standaard afzenderadres inrichten

Afwijkende afzenderadressen inrichten

Standaard afzenderadres inrichten

Volg onderstaand stappenplan om het standaard afzenderadres in te richten. Het standaard afzenderadres (From) zal als default worden gebruikt worden bij het versturen van bulkmail via pad DAO of DAP.

Pad: BOM

  1. Ga naar menu Afzenderadressen.
  2. Klik op Wijzigen in het onderdeel Standaard afzenderadres.
  3. Vul de onderstaande velden in.

    Veld

    Omschrijving

    Default (concernniveau)

    Indien gewenst: vul het default afzenderadres in.

    <Kantoornaam>

    Indien gewenst: als u gebruikmaakt van de concernmodule, dan kunt u voor ieder kantoor een afwijkend afzenderadres opgeven.

    Als voor een kantoor geen afwijkend afzenderadres wordt opgegeven, dan wordt het 'Default' afzenderadres gebruikt.

  4. Klik op Akkoord.
Afwijkende afzenderadressen inrichten

Volg onderstaand stappenplan om een afwijkend afzenderadres in te richten bij een specifieke afzender. Voor het betreffende e-mailadres van de afzender zal het afwijkende afzenderadres (From) worden gebruikt bij het versturen van bulkmail via pad DAO of DAP.

Pad: BOM

  1. Ga naar menu Afzenderadressen.
  2. Klik op Toevoegen in het onderdeel Afwijkende afzenderadressen per afzender.

    Of klik in dit onderdeel op het e-mailadres van de afzender om hiervoor de al ingerichte afwijkende afzenderadressen te wijzigen.

  3. Vul de onderstaande velden in.

    Veld

    Omschrijving

    E-mailadres afzender

    Vul het e-mailadres van de afzender in.

    Het e-mailadres van de afzender wordt op de volgende wijze bepaald vanuit ANVA:

    • Gebruiker (pad BGG)
    • Afdeling (pad BLC)
    • Kantoor (pad BYKA)
    • Concern (pad BYCN)
    • Default afzender (pad BOM, verzendaccount)

    Default (concernniveau)

    Indien gewenst: vul voor dit specifieke e-mailadres van de afzender het afwijkende afzenderadres (From) in.

    <Kantoornaam>

    Indien gewenst: als u gebruikmaakt van de concernmodule, dan kunt u voor dit specifeke e-mailadres van de afzender voor het betreffende kantoor een afwijkend afzenderadres opgeven.

  4. Klik op Akkoord.

 

Installatieprocedure ANVA Outlook Add-in

Als de ANVA Outlook Add-in is geïnstalleerd, is een extra knop Insturen in ANVA aanwezig in MS Outlook. Hiermee kunt u een ontvangen e-mailbericht koppelen aan een ANVA-dossier. Ook kunt u met deze knop een taak insturen in de werklijst van een medewerker in ANVA.

Insturen in ANVA

Als de knop Insturen in ANVA niet zichtbaar is, kunt u Add-in niet zichtbaar in Outlook raadplegen voor meer informatie.

In dit onderdeel

Vereisten voor de installatie van ANVA Outlook Add-in

ANVA Outlook Add-in installeren

Na installatie: Instellingen Outlook Add-in aanpassen

Inloggen via het netwerk met wachtwoord (ANVA Outlook Add-in)

Automatisch inloggen via het netwerk (ANVA Outlook Add-in)

Vereisten voor de installatie van ANVA Outlook Add-in

Algemene instructies

Systeemeisen

 

ANVA Outlook Add-in installeren

Op iedere client (werkstation of terminal server) moet de ANVA Mail 2.0 Outlook Add-in worden geïnstalleerd. Hieronder wordt het verloop van de installatie van de ANVA Mail 2.0 Outlook Add-in beschreven.

Windows

  1. Sluit MS Outlook af.
  2. Start de installatie van de ANVA Outlook Add-in. Het installatiebestand staat op de client op de locatie: '\anva\setup\AnvaMail2OutlookAddInSetup.msi'.

    Als het installatiebestand is gestart, verschijnt het onderstaande venster.

    Voorbeeldscherm

  3. Klik op Volgende (Next).

    Voorbeeldscherm

  4. Vul de locatie in waar de ANVA Outlook Add-in geïnstalleerd moet worden en klik op Volgende (Next).

    Voorbeeldscherm

  5. Klik op Volgende (Next). De installatie wordt uitgevoerd. Als de installatie gereed is verschijnt het onderstaande venster.

    Voorbeeldscherm

  6. Klik op Sluiten (Close) om het installatiebestand af te sluiten.

Na installatie: Instellingen Outlook Add-in aanpassen

Voordat u de ANVA Outlook Add-in kunt gebruiken, dient u rekening te houden met de inrichting van ANVA en de ANVA Business Server. De Outlook Add-in communiceert met de ANVA Business Server. Hiervoor is het IP-adres en het poortnummer van de ANVA Business Server nodig. Dit IP-adres en poortnummer kunt u vinden bij een ingeregelde koppeling in pad BYSI, bijvoorbeeld de koppeling QUANTUM (code 24).

U moet ook twee velden invullen waarmee u de snelheid van de mailkoppeling kunt beïnvloeden.

Microsoft Outlook

  1. Ga in Microsoft Outlook 2007 naar menu Extra - Instellingen ANVA Mail. Ga in Outlook 2010 en hoger naar Invoegtoepassingen - Instellingen ANVA Mail.
  2. Klik op Toevoegen.
  3. Vul de onderstaande velden in.

    MS_Outlook_Extra_Instellingen_ANVA_Mail_Toevoegen

    Veld

    Toelichting

    IP

    Vul hier de hostnaam van de server in. Gebruik het IP-adres van de ANVA Business Server alleen als de hostnaam niet bekend is.

    Notitie Als u bijvoorbeeld gebruikt maakt van de koppeling QUANTUM (code 24), dan vindt u bij deze koppeling het WebService IP dat op uw omgeving van toepassing is.

    Poort

    Vul '8180' of een afwijkende poort in van de ANVA Business Server.

    Notitie Als u bijvoorbeeld gebruikt maakt van de koppeling QUANTUM (code 24), dan vindt u bij deze koppeling de WebService poort die op uw omgeving van toepassing is.

  4. Klik op OK.
  5. Vul ook de onderstaande velden in. U kunt hiermee de snelheid van de mailkoppeling beïnvloeden.

    Outlook Add-in ANVA Mail

    Veld

    Toelichting

    Time-out op de verbinding

    Geef aan na hoeveel minuten zonder verbinding met ANVA Business Server een commnunicatiepoging moet worden gestaakt.

    Max. aantal zoekresultaten

    Hiermee kunt u het aantal getoonde zoekresultaten beperken. Hoe lager het aantal, hoe sneller de verbinding.

  6. Klik nogmaals op OK om Instellingen ANVA Mail te verlaten.
Inloggen via het netwerk met wachtwoord (ANVA Outlook Add-in)

Let op Dit is alleen mogelijk voor Outlook Add-in versie 2.16.4.0 en hoger.

Bij het insturen van e-mailberichten in ANVA wordt standaard om inloggegevens gevraagd. Het is echter ook mogelijk om via de netwerknaam in te loggen. Dan hoeft u uw gebruikersnaam niet meer in te vullen, het wachtwoord blijft nog wel verplicht.

Pad: BYSS

  1. Ga naar pad BYSS, deel 1.
  2. Zet Automatisch inloggen op Ja.
  3. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.

    Als de netwerknaam niet hetzelfde is als de ANVA-gebruikersnaam, moet u de netwerknaam aan de ANVA-gebruiker koppelen:

Pad: BGG

  1. Selecteer de gebruiker en ga naar menu Instellingen.
  2. Vul in veld Inlognaam netwerk de netwerknaam van de gebruiker in.
  3. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.
Automatisch inloggen via het netwerk (ANVA Outlook Add-in)

Let op Dit is alleen mogelijk voor Outlook Add-in versie 2.16.4.0 en hoger.

Bij het insturen van e-mailberichten in ANVA wordt standaard om inloggegevens gevraagd. Het is echter ook mogelijk om tijdens het insturen direct door te klikken zonder inloggegevens in te vullen. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de inloggegevens op het netwerk.

Pad: BYSS

  1. Ga naar pad BYSS, deel 1.
  2. Selecteer de optie Auto Netwerk login.
  3. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.

    Als de netwerknaam niet hetzelfde is als de ANVA-gebruikersnaam, moet u de netwerknaam aan de ANVA-gebruiker koppelen:

Pad: BGG

  1. Selecteer de gebruiker en ga naar menu Instellingen.
  2. Vul in veld Inlognaam netwerk de netwerknaam van de gebruiker in.
  3. Klik op Afsluiten en antwoord Ja op de vraag 'Alles akkoord?'.